Melanomen zijn vaak niet gepigmenteerd!

15
feb
2011
Geplaatst in: Algemeen, Huidkanker

MelanoomBelangrijke nieuwe inzichten over het ontstaan van het melanoom
Op de laatste dag van de 69th Annual Meeting van de AAD gaf dr. Shore een zeer interessante lezing, die een nieuw licht werpt op het ontstaan van maligne melanoom (MM) en daarbij heel duidelijk maakt dat bij personen met een verhoogd risico half-jaarlijkse controle absoluut noodzakelijk is.

Dr. Shore heeft sinds 1993 in zijn dermatologische kliniek een programma waarin hij personen met verhoogd risico op MM halfjaarlijks onderzoekt. Dit is gegroeid van 300 mensen in het eerste jaar tot meer dan 1100 in 2010.
Dr. Shore stuurt zijn patiënten, net als bij de tandarts, een reminder als ze niet verschijnen en houdt daarmee de mensen redelijk aan hun afspraken. In het tijdschrift Journal of Drugs in Dermatology van maart 2011 doet hij schriftelijk verslag van zijn analyse over de laatste 17 jaar.

De achtergrond
Melanomen zijn in frequentie nummer 3 op de lijst van huidkanker, maar in aantallen doden ten gevolge van huidkanker nummer 1. In Nederland worden per jaar ca. 3.000 nieuwe melanomen gediagnosticeerd. Hoe eerder de diagnose, des te kleiner het melanoom en des te groter de kans dat er geen uitzaaiingen (=verspreiding via bloed of lymfe) zijn en dus genezing mogelijk is.

Al jaren wordt een bepaalde subvorm van melanomen erkend: het nodulair melanoom (NM). Dit type heeft de vorm van een dik bolletje en groeit diep de huid in. NM geeft snel uitzaaiingen. Het meest voorkomende andere type is het superficieel spreidende melanoom (SSM). Deze groeit in en/of vlak onder de opperhuid parallel aan het huidoppervlak en geeft veel minder snel uitzaaiingen. Uiteindelijk wordt dit type ook nodulair en heeft dan een duidelijk grotere kans op verspreiding via bloed of lymfe. Van het NM wordt gedacht dat het van aanvang af aan de diepte ingroeit en dus altijd een slechte prognose heeft.

De analyse van dr. Shore
In zijn kliniek zag dr. Shore jaarlijks 2-4 nieuwe gevallen met MM. Geen van deze gevallen was dikker dan 0,75 mm en valt daarmee in de categorie superficieel. Het meest opvallende was dat slechts 10% van de plekjes door de patiënten zelf ontdekt werden. Terwijl alle patiënten tijdens de consultaties telkens verteld werd wat de waarschuwingsverschijnselen van MM zijn (de zogenaamde ABCDE kenmerken; zie myskincheck.nl).

Terugkijkend naar de foto’s van de afwijkingen bleek een opvallend aantal van deze vroeg ontdekte MM dan ook niet de klassieke uiterlijke kenmerken van een MM te bezitten! Meestal bleek het om kleine rode, iets verheven, vast-aanvoelende plekjes te gaan, die eerder niet aanwezig waren. De doorsnede was kleiner dan 6 mm. Al deze MM hadden een superficiele groeiwijze. Hoewel in grotere onderzoeken van elders nodulaire melanomen ca. 30% van alle gevonden MM uitmaken.

De hypothese
Dr. Shore’s conclusie is dat deze plekjes mogelijk beginnende nodulaire melanomen betreffen. Deze plekjes worden gewoonlijk niet herkend als gevaarlijk, omdat zij de klassieke ABCDE kenmerken van MM missen. Zijn gedachte is dat deze melanomen pas later in hun (op dat moment al nodulaire) groeifase pigment gaan vertonen en dan pas herkend worden. Het lijkt dan alsof deze MM al vanaf het begin nodulair gegroeid zijn, maar er is wel degelijk een superficiele groeifase geweest is.

In een artikel inde Archives of Dermatology (2010) geven de Australiers Kelly en Chamberlain ook al aan dat kleine “dunne” nodulaire MM vaak weinig of geen pigment tonen, maar vooral roodheid.

Implicaties voor de manier waarop dermatologische zorg voor hoog-risico patiënten begeleid moeten worden
Als de hypothese van dr. Shore correct is, heeft dat een aantal belangrijke consequenties. In de eerste plaats betekent het dat niet alle MM uit een bestaande moedervlek ontstaan. Dit was al min of meer bekend. Maar omdat de eerste fase van een nodulair melanoom door de patiënt zelf niet goed herkend kunnen worden, zal de hoog-risico patiënt frequent door een dermatoloog onderzocht moeten worden.

Omdat berekend is dat de superficiele groeifase minimaal 6 maanden duurt en het MM in die periode nog een goede prognose heeft, zou de frequentie dus eens per 6  maanden moeten zijn.

En omdat het dus bij een betrekkelijk groot deel van de gevormde melanomen (waarschijnlijk ca. 30%) om nieuw ontstane plekjes gaat, kunnen de controle het beste uitgevoerd worden door middel van totale lichaamsfotografie. Dit geeft de mogelijkheid om de foto’s na verloop van tijd te vergelijken.

Er zijn daarvoor verschillende systemen op de markt. De meeste daarvan vergelijken automatisch de verschillende opnames en duiden de verschillen aan. Binnen Velthuis Kliniek huidoncologie wordt het Fotofinder systeem gebruikt (www.fotofinder.de)

 In 2010 meldde zich de eerste patiënt met een melanoom dikker dan 1,0 mm bij dr. Shore. Het betrof een
91-jarige dame die meer dan 2 jaar niet op controle was geweest. Zij had niet gereageerd op de oproepen van de kliniek.

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Voeg een nieuwe reactie toe: